Wim Dekker heeft dit boek extra impact meegegeven door het begrip secularisatie ook doorleefd vanuit zijn eigen geschiedenis uitdrukkelijk te bespreken. Zo wordt beter invoelbaar wat Dekker aansluiting zoekend bij Charles Taylor en Dietrich Bonhoeffer bedoelt met secularisatie. Als theologen, filosofen en sociologen spreken over dit begrip bedoelen zij de langzame verdwijning van God uit onze cultuur. Op die manier blijft er hoop dat het in de kerk allemaal nog wel meevalt, maar als je secularisatie begrijpt – zoals Dekker doet – als de beleving van God als een aantrekkelijke optie (voor christenen) of als een optie die er niet meer toe doet (voor veel mensen die we persoonlijk kennen; misschien wel voor onze eigen kinderen), dan komt het toch echt heel dichtbij.
Dat is wat het boek van Dekker kenmerkt: dat het de problematiek van de kerk in het algemeen en de rol van God in het leven van christenen in het bijzonder dicht op je huid brengt. En niemand komt daar onderuit; de prediker niet; de tevreden hoorder niet; maar ook de kritische luisteraar niet die veel zou willen veranderen. En dat vind ik best bijzonder voor een boek in dit genre, omdat veel van die boeken de problematiek toch afstandelijk, objectief en abstract blijven beschrijven.
Dekker schuwt het ook niet om oplossingsrichtingen voor te stellen. Hij zet vol in op de prediking als bemiddeling tussen God en mensen in deze tijd en in eerste instantie lijkt dat met veel woorden toch op een konijn uit de hoge hoed. Waarom nou toch weer die prediking; terug naar de oude tekentafel? Maar al lezend begon ik te beseffen dat die preek zelf ook elke keer en opnieuw op de tekentafel moet. Ondanks hun inspanning en gedoe komen zowel prediker als hoorder met lege handen naar de kerk; om gevuld te worden. In een tijd, waarin we lijken te leven van projecten naar programma's om zelfs onze lege handen nog actief te kunnen vullen, laat Dekker ons toch echt met lege handen achter!
En langzaam begint tot me door te dringen dat ik met dit boek juist daarom goud in handen had. Ondertussen lees ik 'Eindelijk thuis' van Henri Nouwen. Zo diep als Nouwen gaat Dekker net niet. Maar dankzij het boek van Dekker ben ik extra gevoelig geworden voor de boodschap van Nouwen dat ik met al mijn gedoe als de verloren zoon op een liefdeloze wereld aangewezen ben, waar niets goed genoeg is. Ook in een gemarginaliseerde kerk mag ik echter telkens opnieuw tot inkeer komen en wacht de Vader tot ik met lege handen bij Hem terugkeer.
De discussie naar aanleiding van het boek van Dekker volgend heb ik toch het gevoel dat veel stakeholders in de kerk die belangrijke boodschap wéér laten liggen. Waarom toch?