De Sint-Janskerk dankt haar bekendheid vooral aan de Goudse glazen, maar in dit boek staat het parochieleven centraal. Hoewel Gouda – naar de maatstaven van de tijd – een tamelijk grote stad was, was er toch maar één parochiekerk. Het beleid van stads- en kerkbestuur was er dan ook op gericht de Sint-Janskerk werkelijk als bedehuis voor alle Gouwenaars te laten functioneren. In het enorme gebouw stond een vijftigtal altaren, die werden onderhouden door ambachtsgilden, geestelijke broederschappen en vooraanstaande families. Aan deze altaren waren tientallen priesters verbonden, van wie het boek een groepsportret schildert. Maar de regie berustte bij kerkmeesters en andere lekenbestuurders.
Het boek probeert een zo nauwkeurig mogelijk beeld van vermogen en inkomsten van de kerk te reconstrueren; de kerk was arm. Andere thema's zijn de liturgie aan hoofd- en zijaltaren, de bediening van de sacramenten, de kunstvoorwerpen, muziek en belichting die in de eredienst een rol speelden, de kerk als begraafplaats en als ruimte waar de doden werden herdacht, en de armenzorg.
Over de auteur:
Koen Goudriaan (1950) was hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de Vrije Universiteit (Amsterdam). Zijn belangstelling gaat uit naar de geschiedenis van religie en cultuur in Nederland, met als zwaartepunten de Moderne Devotie en de stad Gouda. "Een kerk voor heel de stad" is een synthese van de artikelen die hij gedurende enkele tientallen jaren aan Gouda heeft gewijd.